DE TEGELTABLEAUS VAN JAN TOOROP

Voor het gesamtkunstwerk dat moest verrijzen op het Damrak verzamelde Berlage de beste kunstenaars van zijn tijd. Conform de tijdgeest waren zij allemaal in meer of mindere mate aanhangers van het symbolisme. Dit hield in dat zij de betekenis van hun werk niet direct wilden prijsgeven. In de vorm, de lijn en de kleur moest je er zelf naar op zoek. In de huidige Bistro zijn de tableaus te bewonderen van schilder Jan Toorop (1858-1928).  Toorop werd geïnspireerd door andere kunstenaars tot het gebruik van uiteenlopende stijlen, van impressionisme en symbolisme tot pointillisme.

De huidige Bistro was vroeger de hoofdingang van de Amsterdamse Koopmansbeurs. Via deze ‘voorhal’ liepen de beurshandelaren door de twee houten tourniquets naar de verschillenden Beurzen. De drie symbolische tegeltableaus van Toorop versierden oorspronkelijk met zijn drieën op een rijtje de achtermuur van de vestibule. Daar confronteerden ze de zakenlieden met de mogelijkheid dat zij wellicht spoedig een andere broodwinning zouden moeten vinden. De werken beelden namelijk verleden, heden en toekomst uit volgens het socialisme.

De cursieve teksten in de uitleg hieronder zijn overgenomen uit een brief van Jan Toorop aan de Wethouder van Publieke Werken, d.d. 26 oktober 1903.

TEGELTABLEAU :apos:VERLEDEN:apos:

Het linker tableau in de Bistro beeldt het verleden uit. In het tableau Verleden ziet u op de voorgrond de handel in vrouwen. De man links ontvangt in ruil voor zijn vrouw een zwaard van de man rechts. De vrouw is op een voor Toorop typerende wijze “onschuldig’’ neergezet: Ontbloot en met los haar. Vanzelfsprekend houdt zij treurig en vol schaamte de arm voor de ogen.

Op de achtergrond ziet u de slavernij weergegeven. Slaven/arbeiders worden met de zweep voortgedreven. Naast het bovenstaande lijkt de vrouw, alhoewel zij het zwaard niet zelf in de hand houdt, in deze setting –met gesloten ogen- ook te verwijzen naar (de komst van) Justitia, de godin van de gerechtigheid.

TEGELTABLEAU :apos:HEDEN:apos:

In het tableau centraal achterin het tegeltableau Heden, waarbij de vrouw dezelfde edelmoedige en stoere uitdrukking draagt als de arbeider (rechts). Zij draagt net als hij een hamer, symbool voor de deelname aan de maatschappij. Zij draagt bovendien een harnas, symbool voor de emancipatie. Maar ze houdt ook een roos in de hand, wederom een voor Toorop typische manier om haar vrouwelijkheid te benadrukken (alhoewel sommigen deze roos uitleggen als symbool van het socialisme). Op de achtergrond wordt met de rokende schoorstenen, de treinen en stoomboten de moderne samenleving weergegeven. Op halve hoogte ziet u het opkomende politiek bewustzijn der klassen: De heren met de hoge hoeden lopen naar rechts, de arbeiders lopen naar links. “De grote middenfiguur stelt het hedendaagsche koopmanschap voor. Zijn linkerhand rust op de tijd (een uurwijzer). De rechterhand geeft een nadenkende aktie aan.”

Twijfel is er over de weergegeven tijd. Is het nu tien voor twaalf of is het tien uur? Deze vaagheid is mogelijk zo bedoeld en zou kunnen verwijzen naar de laatste zinnen van één van de vele kwatrijnen, die Albert Verwey maakte als inspiratie bij de vormgeving van de beurstoren. “De goede en sterke daad geschiedt, te rechter uur, den tijd ten spijt.” zeggende: De juiste daden laten zich niet door de klok sturen. Buiten, onder de klok, kunt u lezen: ‘Beidt uw tijd’ en ‘Duur uw uur’. In de geharnaste vrouw en de arbeider lijken tevens de goden Minerva en Vulcanus te worden verbeeld, die volgens de Griekse mythologie aan de mensheid de kostelijke ambachten leerden en als zodanig de basis legden voor de beschaving.

TEGELTABLEAU :apos:TOEKOMST:apos:

Toorop wendde zich – ook in zijn privéleven – vanaf 1900 steeds meer tot het katholicisme. Dit feit komt in het derde tableau sterk tot uiting: de ontmoeting van Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de Put van Jacob. Deze bijbelpassage kent een rijke symboliek: Zij is een verstoten vrouw (“zij moet alleen, op het heetst van de dag, water halen”). Zij is een publieke vrouw (“zij heeft 5 mannen”). Jezus reist onbevreesd door Samaria (de kortste weg), terwijl de Joden en de Samaritanen vijanden zijn. Bij de put herkent de vrouw in Jezus de Messias. Zij gaat terug naar haar stad en weet de andere bewoners ook van zijn komst te overtuigen. Daarop wordt zij weer in liefde opgenomen door de andere Samaritanen, en impliciet kunnen wij ook aannemen dat zij de prostitutie kan verlaten. Zij hoeft zich niet meer te “verkopen” (vergelijk met tableau Het Verleden). Met zijn lichtkrans staat de figuur van Jezus hier ook symbool voor de -toekomstige- verlichte man. Alhoewel bij zijn linkerhand nog steeds een zweep paraat hangt. En zij is, gegeven haar bedachtzame blik, ook nog steeds niet helemaal zeker van de situatie. Maar ze reiken elkaar de hand!

De figuur rechts staat symbool voor de arbeider die met pensioen kan gaan. Hij zet zijn gereedschappen aan de kant en loopt vanuit de ‘wintertuin’ (de bomen zonder blaadjes, symboliek voor een moeilijke achterliggende tijd) door de poort naar waar “gelukkige menschen onder bloeiende boomen in de lente gaan…”. Toorop verwachtte voor de toekomst het evenwicht tussen het geestelijke en het materiële leven. In het tableau wordt het geestelijk leven door de vrouw voorgesteld, en het materiële leven door de oude arbeider komende uit de wintertuin.